Skip to main content
300.000+ tevreden klanten Al 14 jaar de beste voorbereiding Voor de prijs van een boek 4.5 (137+ reviews)
Laatst bijgewerkt: 25 augustus, Geschreven door Ivo

Figuurreeksen: voorkom de 5 meest gemaakte fouten

Figuurreeksen lijken op het eerste gezicht vaak eenvoudiger dan ze zijn. Je ziet een rij figuren en moet bepalen welk figuur logisch volgt. Toch maken assessmentkandidaten regelmatig dezelfde fouten: ze kijken te snel, focussen op één kenmerk of proberen een ingewikkeld patroon te vinden terwijl de oplossing juist eenvoudig is.Tijdens een capaciteitentest komt daar bovendien tijdsdruk bij. Daardoor is het verleidelijk om snel een antwoord te kiezen zodra je één verandering denkt te herkennen.In dit artikel ontdek je de 5 meest gemaakte fouten bij figuurreeksen en leer je hoe je ze voorkomt. Daardoor kun je patronen systematischer analyseren en sneller tot een betrouwbaar antwoord komen.Wil je meteen ervaren hoe figuurreeksen in een assessment eruitzien? Start dan met de gratis figuurreeksen oefentest.

Wat zijn figuurreeksen?

Bij figuurreeksen krijg je een aantal afbeeldingen achter elkaar te zien. In deze reeks zit een logisch patroon. Jouw taak is om te bepalen welk figuur als volgende in de reeks hoort.Daarvoor moet je bijvoorbeeld letten op:
  • positie;
  • rotatie;
  • vorm;
  • aantal elementen;
  • kleur of arcering;
  • grootte;
  • richting;
  • toevoegingen en verwijderingen.
Soms verandert slechts één eigenschap. Bij moeilijkere figuurreeksen veranderen meerdere kenmerken tegelijkertijd.Juist daarom helpt het om niet zomaar naar het geheel te staren, maar de figuren systematisch met elkaar te vergelijken.

Waarom worden figuurreeksen gebruikt in assessments?

Figuurreeksen doen een beroep op abstract en logisch redeneervermogen. Je krijgt geen geschreven regel die vertelt wat er verandert; die regel moet je zelf uit de reeks afleiden.Het Nederlands Instituut van Psychologen beschrijft capaciteitentests als tests waarmee cognitieve vaardigheden van kandidaten in kaart worden gebracht. Daarbij kunnen onder andere abstracte, cijfermatige en ruimtelijke capaciteiten aan bod komen. Bovendien moet je bij capaciteitentests doorgaans binnen beperkte tijd een aantal opgaven oplossen. Lees meer bij het NIP over capaciteitentests.Dat verklaart meteen waarom figuurreeksen voor veel kandidaten lastig zijn: je moet tegelijk patronen herkennen én je tijd bewaken.

Fout 1: te snel naar één opvallend kenmerk kijken

De eerste veelgemaakte fout bij figuurreeksen is dat je één verandering ziet en daar direct de volledige oplossing van maakt.Je merkt bijvoorbeeld dat een driehoek steeds draait en concludeert:Het patroon is rotatie.Maar misschien verandert tegelijkertijd ook:
  • het aantal stippen;
  • de kleur;
  • de positie van een vierkant;
  • de draairichting;
  • een tweede element.
Het eerste patroon dat je ziet, hoeft dus niet het volledige patroon te zijn.

Hoe voorkom je deze fout?

Loop een korte checklist langs:
  1. Verandert de positie?
  2. Draait iets?
  3. Verandert het aantal elementen?
  4. Verandert vorm of kleur?
  5. Wordt iets toegevoegd of verwijderd?
Controleer daarna of jouw regel alle overgangen in de reeks verklaart.Een goede oplossing moet niet alleen passen van figuur 1 naar figuur 2, maar ook bij de volgende stappen.

Fout 2: de figuren afzonderlijk bekijken in plaats van de veranderingen

Veel kandidaten proberen ieder figuur afzonderlijk te begrijpen.Bij figuurreeksen is echter vooral belangrijk:Wat verandert er van het ene figuur naar het volgende?Stel dat een zwarte stip achtereenvolgens linksboven, rechtsboven, rechtsonder en linksonder staat.Wanneer je ieder plaatje afzonderlijk bekijkt, zie je vier verschillende posities.Vergelijk je de overgangen, dan zie je direct:de stip beweegt telkens één hoek met de klok mee.

Vergelijk daarom steeds twee opeenvolgende figuren

Vraag jezelf af:
  • Wat is hetzelfde gebleven?
  • Wat is veranderd?
  • Hoeveel is het veranderd?
  • Gebeurt dezelfde verandering opnieuw?
Door naar de transformatie te kijken in plaats van alleen naar de afbeelding, wordt het patroon vaak veel duidelijker.

Fout 3: alleen zoeken naar een patroon tussen opeenvolgende figuren

Niet iedere figuurreeks gebruikt één simpele regel die bij iedere stap hetzelfde is.Sommige reeksen wisselen bijvoorbeeld twee regels af:A – B – A – B – A – ?Of er lopen twee onafhankelijke patronen door elkaar:
  • figuur 1, 3 en 5 vormen één reeks;
  • figuur 2, 4 en 6 vormen een tweede reeks.
Dit is een belangrijke oorzaak van fouten bij lastigere figuurreeksen.

Let daarom op afwisselende patronen

Wanneer je geen consistente regel vindt van ieder figuur naar het volgende, probeer dan te kijken naar:
  • ieder tweede figuur;
  • een afwisseling tussen twee bewerkingen;
  • aparte patronen voor verschillende elementen.
Bijvoorbeeld:Een pijl draait bij iedere stap 90 graden, terwijl het aantal stippen alleen om de beurt verandert.Dan bestaan er eigenlijk twee regels die tegelijkertijd lopen.

Fout 4: een te ingewikkelde oplossing zoeken

Wanneer een figuurreeks moeilijk lijkt, gaan kandidaten soms steeds ingewikkeldere theorieën bedenken.Bijvoorbeeld:
  • figuur 1 draait 45 graden;
  • figuur 2 verandert van kleur;
  • figuur 3 draait 90 graden;
  • misschien is de verandering afhankelijk van het aantal hoeken;
  • misschien worden de vormen gespiegeld én verschoven.
Dat kan natuurlijk voorkomen. Maar meestal is het verstandig eerst de eenvoudigste verklaring te onderzoeken.

Gebruik het principe: eenvoudig eerst

Controleer achtereenvolgens:
  1. rotatie;
  2. verplaatsing;
  3. verandering in aantal;
  4. kleur of arcering;
  5. vorm;
  6. toevoeging of verwijdering;
  7. afwisseling tussen twee patronen;
  8. combinatie van meerdere regels.
Ga pas naar ingewikkelde combinaties wanneer een eenvoudige regel de hele reeks niet verklaart.Zo voorkom je dat je een patroon verzint dat ingewikkelder is dan de vraag zelf.

Fout 5: tijd verliezen aan één moeilijke figuurreeks

De vijfde veelgemaakte fout bij figuurreeksen heeft niet direct met patroonherkenning te maken, maar met teststrategie.Je ziet een moeilijke vraag en denkt:Ik moet deze nu oplossen.Vervolgens besteed je er veel te lang aan.Dat kan tijdens een capaciteitentest kostbaar zijn. Eén moeilijke vraag mag niet zoveel tijd opslokken dat je meerdere makkelijkere vragen niet meer bereikt.

Wat kun je doen wanneer je vastloopt?

Probeer eerst kort:
  • één of twee antwoordmogelijkheden uit te sluiten;
  • te bepalen welk kenmerk waarschijnlijk verandert;
  • te kijken naar ieder tweede figuur;
  • de eenvoudigste patroonregel te testen.
Zie je daarna nog steeds geen logische oplossing? Maak dan, afhankelijk van de testopzet, een beredeneerde keuze of ga door naar de volgende vraag.Kun je later terugkeren? Dan kun je de moeilijke reeks aan het einde opnieuw bekijken.

Figuurreeksen systematisch oplossen

De vijf fouten hierboven kun je grotendeels voorkomen met één vaste werkwijze.Gebruik bijvoorbeeld deze volgorde.

Stap 1: bekijk de reeks als geheel

Kijk eerst globaal naar alle figuren.Vraag jezelf af wat direct opvalt:
  • beweging;
  • rotatie;
  • verandering in aantal;
  • kleurwisseling;
  • groei of krimp.

Stap 2: vergelijk figuur 1 met figuur 2

Noteer in gedachten wat verandert.

Stap 3: controleer figuur 2 naar figuur 3

Gebeurt hetzelfde opnieuw?Zo ja, dan heb je mogelijk de hoofdregel gevonden.

Stap 4: controleer alle overige figuren

De regel moet de volledige reeks kunnen verklaren.

Stap 5: kijk naar meerdere kenmerken

Controleer of naast de hoofdregel nog een tweede patroon loopt.

Stap 6: voorspel eerst zelf het volgende figuur

Bedenk voordat je naar de antwoorden kijkt wat er zou moeten komen.Vergelijk daarna je voorspelling met de antwoordmogelijkheden.Deze laatste stap is belangrijk. Wanneer je meteen naar de antwoordopties kijkt, kunnen aantrekkelijke afleiders je redenering beïnvloeden.

Welke patronen komen vaak voor bij figuurreeksen?

Hoewel iedere test andere vragen kan bevatten, komen bepaalde soorten veranderingen vaak terug.

Rotatie

Een element draait telkens een vaste hoek.Bijvoorbeeld:
  • 45 graden;
  • 90 graden;
  • 180 graden.
Let daarbij ook op de draairichting.Draait het figuur steeds met de klok mee of wisselt de richting?

Verplaatsing

Een element beweegt volgens een vaste route.Bijvoorbeeld:links → boven → rechts → onder → links.Denk daarbij aan een beweging:
  • langs de hoeken;
  • langs de buitenrand;
  • van links naar rechts;
  • van binnen naar buiten.

Toename of afname

Het aantal elementen verandert.Bijvoorbeeld:1 stip → 2 stippen → 3 stippen → 4 stippen.Bij moeilijkere reeksen kan de verandering groter worden:1 → 2 → 4 → 7 → …Kijk daarom niet alleen of het aantal verandert, maar ook hoe.

Afwisseling

Twee toestanden wisselen elkaar af.Bijvoorbeeld:zwart → wit → zwart → witof:cirkel → vierkant → cirkel → vierkant.Bij complexe vragen kan één eigenschap afwisselen terwijl een andere eigenschap gewoon doorloopt.

Toevoegen en verwijderen

Bij iedere stap wordt bijvoorbeeld:
  • één lijn toegevoegd;
  • één vlak verwijderd;
  • een stip verplaatst én toegevoegd.
Controleer hierbij afzonderlijk welke elementen verdwijnen en welke erbij komen.

Spiegeling

Soms wordt een figuur gespiegeld.Let dan goed op het verschil tussen:
  • draaien;
  • horizontaal spiegelen;
  • verticaal spiegelen.
Een gespiegeld figuur kan op een rotatie lijken, maar is geometrisch iets anders.

Meerdere patronen tegelijk

Bij moeilijke figuurreeksen kunnen twee of meer regels tegelijkertijd actief zijn.Bijvoorbeeld:
  • een pijl draait iedere stap 90 graden;
  • tegelijkertijd neemt het aantal stippen met één toe.
Probeer de kenmerken dan afzonderlijk te analyseren.Vraag bijvoorbeeld eerst:Wat gebeurt er met de pijl?En daarna:Wat gebeurt er met de stippen?Dat is vaak makkelijker dan proberen het complete figuur in één keer te begrijpen.

Gebruik de antwoordmogelijkheden slim

Bij figuurreeksen zijn de antwoordmogelijkheden niet alleen het eindpunt van de vraag. Je kunt ze ook gebruiken om hypotheses te testen.Stel dat je zeker weet dat het volgende figuur:
  • drie stippen moet hebben;
  • maar nog twijfelt over de richting van de pijl.
Dan kun je alle antwoorden met twee of vier stippen direct uitsluiten.Vervolgens hoef je alleen nog tussen de resterende opties naar de juiste richting te kijken.Dit werkt vooral goed bij ingewikkelde figuurreeksen.

Maar kijk niet te vroeg naar de antwoorden

Wanneer je direct naar de antwoordopties kijkt, bestaat het risico dat je achteraf een patroon gaat bedenken dat bij een aantrekkelijk antwoord past.Probeer daarom eerst zelf zoveel mogelijk kenmerken van het volgende figuur te voorspellen.Gebruik de antwoorden daarna om te controleren en uit te sluiten.

Veelgemaakte fouten bij rotatie

Rotatie lijkt eenvoudig, maar veroorzaakt opvallend veel fouten.Let vooral op drie dingen:

Draairichting

Met de klok mee en tegen de klok in worden gemakkelijk verwisseld.

Draaihoek

Een figuur kan bijvoorbeeld:90° → 90° → 90°draaien.Maar het kan ook:45° → 90° → 135°zijn.Controleer daarom of de draaihoek constant blijft.

Meerdere draaiende onderdelen

Soms draaien twee elementen in verschillende richtingen.Analyseer beide elementen dan afzonderlijk.

Figuurreeksen onder tijdsdruk oplossen

Tijdsdruk verandert de manier waarop je een figuurreeks moet benaderen.Je kunt niet onbeperkt naar ieder detail zoeken.Werk daarom met een vaste prioriteitsvolgorde:Eerst: opvallende veranderingen.Daarna: vaste patronen.Vervolgens: tweede of afwisselende regels.Ten slotte: kleine details.Wanneer je deze volgorde vaak oefent, wordt het analyseren steeds automatischer.Op de gratis figuurreeksenpagina van Online Assessment Training kun je zowel zonder timer oefenen als in een testmodus met timer. Dat maakt het mogelijk om eerst de techniek te leren en daarna pas snelheid toe te voegen. Start gratis met figuurreeksen oefenen.

Figuurreeksen oefenen: eerst nauwkeurig, daarna snel

Begin tijdens het oefenen niet meteen met maximale tijdsdruk.Werk liever in drie fasen.

Fase 1: patroon begrijpen

Maak vragen zonder timer.Probeer bij iedere vraag precies te benoemen welke regel wordt gebruikt.Bijvoorbeeld:De driehoek draait telkens 90 graden naar rechts en iedere tweede stap komt er een stip bij.

Fase 2: patroon sneller herkennen

Maak daarna nieuwe vragen en probeer de regel steeds sneller te vinden.Let vooral op terugkerende patroontypen.

Fase 3: oefenen onder tijdsdruk

Maak uiteindelijk realistische tests met een timer.Zo train je niet alleen patroonherkenning, maar ook beslissen wanneer je moet doorgaan naar een volgende vraag.

Analyseer je fouten na het oefenen

Alleen kijken hoeveel vragen je goed hebt, vertelt je niet waar je moet verbeteren.Bekijk daarom iedere fout en probeer deze in een categorie te plaatsen.

Kijkfout

Je hebt een detail over het hoofd gezien.

Patroonfout

Je zag wel een verandering, maar koos de verkeerde regel.

Combinatiefout

Je herkende één patroon, maar miste een tweede patroon.

Te-complex-fout

Je bedacht een ingewikkelde oplossing terwijl er een eenvoudigere regel was.

Tijdfout

Je wist uiteindelijk hoe de vraag werkte, maar gebruikte te veel tijd.Door je fouten zo te analyseren, kun je veel gerichter oefenen.

Oefen verschillende soorten figuurreeksen

Wanneer je steeds hetzelfde patroontype oefent, kun je daar heel snel in worden zonder dat je algemene vaardigheid even sterk verbetert.Zorg daarom voor voldoende variatie.Oefen bijvoorbeeld met:
  • rotatie;
  • spiegeling;
  • beweging;
  • aantallen;
  • vormverandering;
  • afwisselende patronen;
  • meerdere regels tegelijk.
De gratis figuurreeksen oefentest laat je kennismaken met het vraagtype. Daarna kun je in de volledige oefenmodule verschillende tests en moeilijkheidsniveaus gebruiken.Wil je daarnaast andere onderdelen van een capaciteitentest proberen? Bekijk dan het overzicht van gratis assessment oefentests.

Figuurreeksen als onderdeel van een capaciteitentest

Welke onderdelen je tijdens een assessment krijgt, verschilt per werkgever en testaanbieder.Naast figuurreeksen kun je bijvoorbeeld te maken krijgen met:
  • cijferreeksen;
  • analogieën;
  • numeriek redeneren;
  • verbaal redeneren;
  • inductief redeneren;
  • rekenvaardigheid.
Het NIP geeft aan dat capaciteitentests verschillende cognitieve vaardigheden kunnen onderzoeken en dat kandidaten binnen beperkte tijd opgaven moeten oplossen. De COTAN van het NIP beoordeelt psychologische tests daarnaast op verschillende kwaliteitscriteria, waaronder betrouwbaarheid, validiteit, normen en kwaliteit van het testmateriaal. Lees meer over testkwaliteit bij de COTAN.Daarom is het verstandig vooraf te controleren welke testonderdelen in jouw uitnodiging worden genoemd en vervolgens vooral die vraagtypen te oefenen.

Veelgestelde vragen over fouten bij figuurreeksen

Wat zijn figuurreeksen?

Figuurreeksen zijn visuele reeksen waarin een logisch patroon zit. Je moet bepalen hoe de figuren veranderen en vervolgens voorspellen welk figuur logisch volgt.Ze kunnen onder andere gebruikmaken van rotatie, beweging, kleur, vorm en aantallen.

Wat is de beste manier om figuurreeksen op te lossen?

Analyseer de reeks systematisch.Bekijk eerst wat er verandert van het eerste naar het tweede figuur en controleer vervolgens of dezelfde verandering terugkomt.Let daarna op eventuele tweede patronen en voorspel pas daarna het volgende figuur.

Wat zijn de meest gemaakte fouten bij figuurreeksen?

De belangrijkste fouten zijn:
  1. te snel op één kenmerk focussen;
  2. figuren afzonderlijk bekijken in plaats van de veranderingen;
  3. afwisselende patronen missen;
  4. een te ingewikkelde oplossing zoeken;
  5. te veel tijd verliezen aan één moeilijke vraag.

Hoe herken je een moeilijk patroon?

Kun je geen regel vinden die iedere overgang verklaart? Kijk dan of:
  • twee patronen elkaar afwisselen;
  • ieder tweede figuur een eigen reeks vormt;
  • meerdere kenmerken onafhankelijk veranderen.
Analyseer bijvoorbeeld rotatie en aantallen afzonderlijk.

Hoe word ik sneller in figuurreeksen?

Snelheid ontstaat vooral door veel voorkomende patroontypen te herkennen.Oefen daarom eerst zonder tijdsdruk en benoem bij iedere vraag de exacte regel. Voeg daarna pas een timer toe.

Moet ik naar alle details kijken?

Uiteindelijk wel, maar niet allemaal tegelijk.Begin met de meest opvallende kenmerken, zoals rotatie, positie en aantallen. Controleer daarna pas kleur, arcering en kleinere details.

Wat doe ik als ik het patroon niet zie?

Bekijk eerst opnieuw de veranderingen tussen opeenvolgende figuren.Probeer vervolgens ieder tweede figuur te vergelijken en controleer of meerdere regels tegelijkertijd actief zijn.Kom je nog steeds niet verder, besteed dan niet onbeperkt tijd aan één vraag.

Kun je figuurreeksen oefenen?

Ja. Juist doordat bepaalde patroonvormen regelmatig terugkomen, kun je leren systematischer en sneller te analyseren.Begin bijvoorbeeld met de gratis figuurreeksen oefentest en schakel pas na voldoende oefening over naar tests onder tijdsdruk.

Conclusie: voorkom deze 5 fouten bij figuurreeksen

Bij figuurreeksen ontstaat een fout vaak niet doordat het patroon extreem moeilijk is, maar doordat je te snel kijkt of geen vaste analysemethode gebruikt.Voorkom daarom de vijf belangrijkste fouten:
  1. Focus niet onmiddellijk op één kenmerk.
  2. Kijk vooral naar wat er tussen de figuren verandert.
  3. Controleer op afwisselende en parallelle patronen.
  4. Zoek eerst naar de eenvoudigste verklaring.
  5. Bewaak je tijd bij moeilijke vragen.
Door deze aanpak consequent te oefenen, leer je patronen sneller herkennen zonder belangrijke details over het hoofd te zien.Wil je de vijf tips meteen toepassen? Start dan met de gratis figuurreeksen oefentest en ontdek welke soorten patronen jij al snel herkent.

Wil je oefenen voor je assessment?

Slim! Oefening baart kunst.

Voor elk type assessment hebben we zelfs gratis oefentests

Toegang tot alle tests

Bij OnlineAssessmentTraining krijg je altijd toegang tot alle tests, zodat je – ongeacht de aanbieder of veranderingen – alles in huis hebt voor de beste voorbereiding op het assessment.

  • Direct online toegang & Eenmalige betaling
  • 60 dagen onbeperkt toegang
  • 60 dagen ‘Niet goed, geld terug’ garantie